Home
Theater
Raad van bestuur
Geschiedenis
Speellijst
Contact
Tickets
Voorstellingen
La Barca
Doek
De doodskopvlinder
Extra
Sponsors
Fotoboek
Downloads
Zoekertjes
Routebeschrijving




 

 

 

 


 

Historiek Spiegeltheater


Geboren uit het enthousiasme van een twaalftal jongere spelers op 1 oktober 1985 beginnen wij meteen met de organisatie van een eerste eigen productie: een collage van vijf eenakters die als titel krijgt: “Als het om de liefde gaat” (Eric Debeyne/Maria Maddens/Rose Calmeyn/Bert Vanhecke). Er wordt op een drietal plaatsen gerepeteerd en de voorstellingen gaan door in een prachtig Versailles-achtig spiegelzaaltje van een bankinstelling waar maximaal 60  plaatsen zijn. Elf uitverkochte zaaltjes... en onze theaterhoop groeit.
In februari 1986 leggen we een provinciale auditieproef af en we worden opgenomen in de  promotieafdeling van de Provinciale Klassering van amateurverenigingen.

Er is wat geld in kas, de structuur wordt op poten gezet, er wordt aansluiting gezocht bij de Gezinsbond Roeselare Centrum  en de toneeltrein kan vertrekken.

In oktober 1986 mag Spiegeltheater de provincie West-Vlaanderen vertegenwoordigen op de interprovinciale toneeldag te Lokeren met “Feest op de agenda”. Drie groepen spelen dezelfde eenakter met een  ander regisseur. Het  wordt een  verrijkende gebeurtenis.

Ondertussen volgen wij per seizoen een vast stramien: twee eigen producties onder leiding van een beroepsregisseur en twee gastvoorstellingen door professionele gezelschappen. Daar komt jaarlijks nog klein toneel bij en af en toe een gastvoorstelling voor kinderen. Ook kasteelhappenings waarbij op een aantal podia rond het kasteel van Rumbeke allerlei kunstdisciplines elkaar afwisselen, toneelinitiatie voor kinderen, klastoneel waarbij de acteurs vooraan in de klas en tussen de leerlingen spelen  en medewerking aan plaatselijke initiatieven zoals coproducties, stoeten, cultuurhappenings,.. komen op onze agenda.
Onze 'speel' plaats is zaal Pax, een vroegere cinemazaal die het stadsbestuur aan een redelijke prijs ter beschikking stelt. Maar omdat het de creativiteit wil blijven aanscherpen kijkt Spiegeltheater ook altijd uit naar alternatieve locaties.

In 1991 mag Spiegeltheater voor het eerst deelnemen aan het Provinciaal Toneeltornooi. Met “Vrouwen aan de macht” in een regie van Rose Calmeyn wordt de vereniging met meer dan 90% in de Eerste Afdeling van de Provinciale Klassering gerangschikt. Daarbij komt nog het ereplaket voor samenspel en het ereplaket voor scenografie.

Op 1 oktober van datzelfde jaar neemt Spiegeltheater deel aan het Interprovinciaal Eenakterfestival met “Het Kamermeisje”. Een Nederlandse delegatie plant meteen een reisvoorstelling in Goes.

In 1995 wordt het tienjarig bestaan gevierd met o.m. het befaamde maatschappij-kritische stuk “Mistero Buffo” (Dario Fo) door de Internationale Nieuwe Scène. De Rumbeekse sporthal wordt in twee dagen omgetoverd tot een heuse schouwburg met 600 zitplaatsen. Een geslaagde krachttoer waarover nog lang wordt nagepraat.

Vanaf 1997 is het nieuwe langverwachte Roeselaarse cultureel centrum klaar. Een nieuw huis waar we ons niet meteen thuis voelen. We zijn de eersten om er een professionele voorstelling te organiseren: “Henry” (Peter De Graef). Tegelijkertijd beseffen we ook dat het organiseren van gastvoorstellingen stilaan in het gedrang komt. Ook de huurprijzen zijn niet van de poes.

In 1999-2000 zet ons Spiegeltheater zijn vijftiende seizoen in de bloemetjes met “Modigliani”, een creatie voor Vlaanderen en Nederland in een regie van Martine Werbrouck waarmee we laureaat worden op het Provinciaal Toneeltornooi.  In 2000 zoeken we ook aansluiting bij OPENDOEK, de koepelorganisatie voor het amateurtheater in Vlaanderen.

In 2001 pakken we het bekroonde Duitse maar aartsmoeilijke werk “Top Dogs” (Urs Widmer/Geert Van Istendael) aan. Regisseur André Vermaerke maakt er met sobere middelen een indrukwekkende voorstelling van. Voor het eerst stellen we onze kandidatuur voor het Koninklijk Landjuweeltornooi. Op 02-02-02 staan wij in het C.C. Guldenberg te Wevelgem voor de eerste maal voor het meest kritische toneelpubliek van Vlaanderen...en op de proclamatie op 03-03 worden we tot winnaar uitgeroepen. Een onbeschrijfelijk kippenvelmoment!

Dit 'goed gevoel' stuwt ons om nog meer onze schouders te zetten in het zoeken naar sterke stukken, bekwame regisseurs, goede spelers, een degelijke technische en organisatorische omkadering. Ook een trouw publiek en de nodige financiële middelen vinden blijft elk seizoen de opdracht. Een struggle for life waarvan weinig beleidsvoerders op dat ogenblik besef (willen) hebben.

2004-2005 is ons twintigste bestaansjaar. Drie eigen producties staan op de affiche: “Het verjaardagsfeest” (H. Pinter/Ludwig Dierinck), “Variaties omtrent eend” (D. Mamet/André Vermaerke) en “Festen” (T. Vinterberg/Philippe Lepez). Met laatstgenoemd werk wordt Spiegeltheater laureaat van het 51ste en laatste West-Vlaams Provinciaal Toneeltornooi en eindigt het aan de top van De Provinciale Eindklassering. Een selectiejury weerhoudt de productie voor deelname aan het Koninklijk Landjuweeltornooi 2005 en precies op onze 20-ste verjaardag staan we opnieuw voor het landjuweelpubliek. We zijn de gedoodverfde winnaar maar winnen niet. Opnieuw de batterijen opladen is dus geboden en we trekken op naar het volgende seizoen.

Het gebruik van C.C. De Spil, waar enerzijds de uitgebreide technische mogelijkheden zeer aantrekkelijk zijn, confronteert ons evenwel ook met een andere harde realiteit: de gebruiksreglementen zijn niet afgestemd op het niveau  van de liefhebberstoneelverenigingen en ook niet langer betaalbaar.

Een nieuwe mogelijke locatie duikt op als de bottelarij van de brouwerij Rodenbach wordt ontmanteld. Dromen laaien hoog op. Eindelijk een thuis?

Culturele instanties maken grootse plannen over de uitbouw van een cultuurplatform waar verscheidene kunstdisciplines elkaar zouden ontmoeten. De kruisbestuiving zou allerlei initiatieven doen ontstaan. Bovendien ligt dit nieuwe 'cultuurhuis'  in de wat achteruitgestelde wijk “Krottegem”.
Wie doet mee? Spiegeltheater springt als eerste gangmaker op de bottelarijtrein. Mits inzet en steun en medewerking van velen wordt de inrichting van een eigen toneelhuis gepland en geleidelijk uitgebouwd.   Doch er volgt niemand. Er zit dus niets anders op dan zelf nog een tandje bij te steken. Het “vuile” atelier van de mecaniciens wordt omgevormd tot een gezellig toneelhuis met een speelplaats voor 90 kijkers, een foyer, een spelersloge en een zolder voor technisch materiaal.

De artistieke vrijheid geeft vleugels aan spelers en regisseurs. “The beauty queen” (Mc Donagh/Ludwig Dierinck) is een eerste onvergetelijke productie.
Het daaropvolgend seizoen  (2007) staat “De kleine Eva uit de Kromme Bijlstraat” (Louis Paul Boon/Pierre Van Heddegem) op de affiche. Het wordt meteen geselecteerd voor het Koninklijk Landjuweel in Gent.  We brengen er de meest beklijvende voorstelling van het tornooi, winnen niet op papier maar wel in ons hart.

Komt het door het grote toneelbos dat ondertussen aangelegd werd dat wij de “bomen” niet meer zien? In elk geval vergeten wij onze Maria Maddens niet die ondertussen 35 jaar toneelervaring heeft opgedaan en die ter gelegenheid van haar monoloog “Wellness & beauty” (regie: Gino Debeyne) in de bloemetjes wordt gezet.

Volgen dan nog het volkse en felgesmaakte “’tIsaltijdiet” (Wim Dewulf/John Schouppe), “De broers Geboers (A. Sierens/Bart Cardoen) en het sociaal drama “Alba” (F.G.Lorca/P. Van Heddegem).

Donkere onweerswolken komen aangedreven. De bottelarijlocatie wordt verkocht.  Niet alleen onze eigen “thuis” met de vele uren inrichtingskosten en investeringen moeten we na vijf jaar al verlaten. Ook al onze dromen en toekomstplannen moeten we opgeven.
Het is een diep crisismoment voor Spiegeltheater.
Voor de “ouwe” getrouwen is maar één uitkomst: een uitbreiding van de raad van bestuur met jong en nieuw bloed en het aantrekken van nieuwe en gedreven medewerkers. De algemene vergadering van  27 mei 2010 zet het sein op groen. Het moet ook gezegd dat de stedelijke cultuurdienst een stevig ankerpunt is waaraan we ons gehavende toneelschip kunnen vasthaken. We vinden een nieuwe repetitieruimte in de Ruiterkapel. Voor voorstellingen zijn we aangewezen op de gemeentelijke zaal OCAR (Ontmoetingscentrum Alexander Rodenbach) te Rumbeke.

Spiegeltheater is tijdens de voorbije 25 jaar op een eigenzinnige wijze zijn weg gegaan, met de voeten op de grond gebleven, voortdurend verder zoekend naar kwaliteit. Alles wat tijdens al die jaren goed en mooi was voor ons en voor ons publiek kan niemand ons nog afnemen.  Het was geen gemakkelijke weg en ook de materiële omstandigheden waarin gewerkt moest worden waren soms verre van rooskleurig en comfortabel. Toch slaagden we er in om tijdens die voorbije 25 jaar, niet minder dan 52 eigen producties en 51 gastvoorstellingen te organiseren.
Met een feestelijke receptie (01.10.2010) waarop alle fans en trouwe bezoekers worden uitgenodigd om mee te genieten van allerlei toneel- en muziekacts sluiten wij ons feestjaar af.

Het 26ste speeljaar wordt meteen ingezet met “Don Quichot en zijnen ijzeren wil” (J. Olyslaegers/S. Ronsijn) waarmee Spiegeltheater wordt geselecteerd voor het Provinciaal Theaterfestival 2012.
Twee bewerkingen van klassiekers staan het volgende seizoen op het programma: De Kater (naar de Meeuw van Tsjechov / S. Duyck) en De Vrek (Molière / A. Vermaerke)

Intussen worden we ook ontdekt op het Humoristisch Theaterfestival in Wulpen en na een drietal deelnames aan Dag van De Buren  melden we ons aan voor straattheater in Spots op West (2013)

Medea (Euripides/Klaas Tindemans/M. Vermeir) gaat in première begin december 2012 en wordt wellicht het stuk voor de deelname aan het provinciaal theaterfestival in juni 2013.

Terwijl we dit schrijven zijn we  volop bezig met de laatste repetities van De Kussenman (McDonagh / Johnny De Meyer).

webdesign estart.be
webdesign estart.be